Alle berichten van Joke Portegies

het Bloeien

Het Bloeien is stiekem ontstaan. Een beetje uit nood ook. Ik stond met lege handen. En wilde toch iets geven.

Iets dat de liefde vorm gaf.

Waarmee de liefde niet zo’n vaag gevoel bleef
(dat ook ineens verdwenen kan zijn).

Iets waarmee de liefde per persoon te herkennen zou zijn.

Iets dat wáár was geworden door onze geschiedenis met elkaar
en daarom altijd waar zou blijven.

[Not a valid template]

 

Jaloezie

Het zat al in me toen ik nog jong was. JALOEZIE! Een prachtige zus die ook nog prachtige dingen kon maken. Waarbij de dingen die ik maakte als prutswerkjes afstaken. Ik bewonderde haar. Er was een tijd dat ik dacht dat ik een hekel aan haar had, vanwege de gemiste aandacht, maar nee, ik moet bekennen dat ik nog steeds verliefd op haar ben.

Het heeft lang geduurd: mijn studie naar haar stille schoonheid, haar vanzelfsprekende creativiteit, en mijn verlangen naar contact met haar.

Maar met vastberaden hand hield ik koers. Ook al had ik geen idee dat ik daar naar opzoek was, toen ik stopte met m’n automatiseringsloopbaan om “uit te zoeken wat ik nou eigenlijk wil”.

De eerste stap daarin was “contact maken met wat ik wil”. Dat begon met een opleiding massage, achteraf gezien een hele trefzekere manier om contact te maken. Het verlangen naar contact maken breidde zich uit naar alles wat een stille schoonheid had. En vanzelfsprekende creativiteit. Dat waren meer dingen dan ik dacht. Zoals agressie, pijn, machteloosheid, wraak en JALOEZIE. Dat ik inmiddels vertaal als “weten wat ik wil”.

Lippenrood

Dit is waarom ik m’n lippen rood maak.

Ooit was ik met m’n clownsschool aan het clownen omdat de Kleine Houtstraat in Haarlem de gezelligste winkelstraat van heel Nederland was. Ik liep weer met m’n grote rol onder m’n arm en zocht zin(nen). M’n clownsjuf gaf me toen een opdracht:”Schrijf maar een gedicht over de hoedanigheid van het weer!”.

Dus ik ging staan en begon te schrijven, ook al wist ik niet wat ik zou schrijven. Het woei pittig, dus ik stond met m’n benen stevig, een beetje wijd, de rol om m’n linkerarm, m’n grote clownstas aan m’n schouder. Eerst schreef ik maar wat het was. En daarna volgde meer:

de hoedanigheid van het weerhoe danig is het weer?

ik vraag het aan de wind
ik ben behoorlijk danig
zegt de wind
wat is behoorlijk?
vraag ik
luister maar
zegt de wind
ik luister
heel goed
nog beter
en hoor het ritme
van m’n vinger
en weet
mijn lippen zijn
nog niet
rood
genoeg

Toen wist ik het. Waarom niemand op me lette, als clown. Waarom iedereen maar voorbij liep. Ik ging m’n lippen stiften.

 

Pijn

“Als je aan het bevallen bent, merk je het wel!” zeiden de vrouwen toen ik zwanger was.

Dus toen ik op een goede zondag, na 35 weken zwangerschap, steeds terugkerende pijn in m’n rug kreeg, begreep ik dat dàt weeën waren en vermoedde ik dat de bevalling begonnen was.

Het duurde de hele dag en een goed deel van de nacht. Ik had me van stoel, naar tafel naar bed begeven. En in bed viel ik zo rond een uur of 3 in slaap.

Toen ik de volgende ochtend wakker werd, voelde ik nog licht de weeën. Maar ik besloot – ondersteund door m’n vaste voornemen om m’n kinderen 38 weken te dragen èn een andere nacht van harde buiken eerder in de zwangerschap – dat dit dus geen bevallen was: als je kunt slapen ben je niet aan het bevallen.

Wel belde ik de gynaecologe, die me ná die nacht harde buiken op het hart had gedrukt om altijd te bellen als ik ongerust was. Ik was frisgedouched, lenzen in, had rustig ontbeten, toen de gynaecologe zei dat ik best even langs mocht komen, zodat ze kon kijken. Geen haast.

Man en ik stapten in de taxi (man’s fiets was net gestolen) en grapten met de chauffeur dat ik nog niet van plan was te bevallen. Maar eigenlijk, op het moment dat ik dat zei, viel me een eigenaardige stilte op in m’n systeem. Ik was naar binnen gekeerd op een manier die ik niet kende. Sereen en kalm en volkomen op mezelf gericht zat ik naast de chauffeur.

In het ziekenhuis aangekomen bleek dat ik 10 centimeter ontsluiting had en nóg wist ik eigenlijk niet dat ik aan het bevallen was. De vliezen werden gebroken,  en nog wist ik eigenlijk niet dat ik aan het bevallen was. M’n kinderen werden met de keizersnee gehaald.

Nog jaren heb ik met verwondering teruggekeken op dit gebeuren, hoe ik toch zó lang niet geweten had dat ik aan het bevallen was.

Pas na jaren ging ik de stilte herkennen, die ik tegenover de taxichauffeur het eerst gewaar werd. En snapte ik dit: het ging niet over de pijn, het weten dat je aan het bevallen bent. Het ging over de stilte.

Betekenen

Vanaf 1982 woonde ik in een doodlopende straat. In de luwte gehouden en van zon verstoken door een metershoog gebouw.
Met gretigheid krijgend wat uit zichzelf niet stoppen kon.
Sinds november 2015 is het grote gebouwencomplex gesloopt. Ik kreeg eindelijk zicht op een kant van m’n huis die ik was gaan vermoeden, maar nog nooit zo open had gezien.
Daar pasten de woorden op, die ik uit de vaart van mijn krijgerschap had gesmeed.

The making of het jongste B’roeren